+31 (0)50-752 16 82info@baandersexport.nl
Slide background

Die Suppe versalzt

Vluchtig de krantenkoppen scannend, valt mijn oog op dubbele XX’en. Ha, denk ik, een smakelijke recensie van een exotische bolide, om even lekker bij weg te dromen. Of misschien heeft Lada eindelijk begrepen dat prehistorische Fiat-modellen best willen verkopen als je er een flitsende naam op plakt. En dan is mijn nieuwsgierigheid net zo snel gewekt. Hoe dan ook, al verder lezend val ik met mijn neus regelrecht in de Sneijder-boter, die ik vanwege de roemloze uitschakeling van het Nederlands elftal voor het EK van 2016 voorlopig liever niet op mijn broodje wens. Niet dat het per se Wesley zijn schuld is, maar het gaat om het idee.
Xess Xava, XXS. Citroën zou er nog jaloers op kunnen worden.
De toon is echter gezet en terwijl mijn blik verder stuitert, dringen veelvuldig de termen ‘debacle’, ‘fraude’, ‘nekslag voor imago Duitsland’ en ‘Duitslands noodlot’ zich aan me op. Ik stuit op een paginagrote advertentie met rood als enige steunkleur. Schaamrood, met een advertentietekst die diep door het (fijn)stof gaat. Dan valt mijn blik op een klein artikeltje met de kop: ‘Duitsland viert 200 jaar Duitse sprookjes’. En ineens valt alles op z’n plek!

Met de kleur rood nog vers op het netvlies, zie ik gelijk het Kevertje weer voor me dat ik ooit bezat. Gerestaureerd door een gewezen monteur. Bouwjaar 1969, 1200 cc motor, 6-volts accu, dubbele uitlaat, op elke hoek een wiel, een dak erop en een stuur erin. Met stoelen vanzelf, want je kon er niet staand in rijden. Maar daarmee hielden de opties wel zo’n beetje op. Spartaans was er nog luxe bij.
Op het dashboard (nu ja, de plaat staal onder de voorruit) een ronde klok die dienst deed als kilometerteller, richtingaanwijzerverklikker, oliedruk- en grootlichtindicator. In het midden een knop voor de buitenverlichting en eentje voor de ruitenwissers. Aan het stuur één hendel voor richtingaanwijzers en grootlicht. Geen benzinemeter. Wel een roestige draaihendel naast de pedalen in het vooronder om van de gewone naar de reservetank te wisselen. Bedoeld om al rijdend snel met de voet te bedienen als de motor begon te sputteren. Maar in de praktijk betekende dat: op handen en knieën met veel geweld die verdomd roestige hendel proberen een slag te verdraaien. Natuurlijk vergeet ik niet het hendeltje naast de bestuurdersstoel waarmee je meer of minder hete lucht vanaf de motor naar binnen kon laten. Perfect systeem, zolang je het niet nodig had. Zoals wanneer het winter was bijvoorbeeld, en de ramen aan buiten- en binnenzijde bedekt waren met een vrolijk ijsbloemendecor. Als na een kwartier rijden alles eindelijk ijsvrij was, zag het er binnen uit of er pas een sneeuwstorm had gewoed.

Mijn eerste winterse ervaring in een Kever met een 6-volts accu betekende: drie startpogingen, meer niet. Daarna restte niets anders dan aanduwen in de hoop het verzopen motortje alsnog aan de praat te krijgen. Gelukkig was de auto niet zwaar. En menig keer kreeg de duwer verwarmde broekspijpen als de uitlaat twee sissende steekvlammen produceerde alvorens eindelijk aan te slaan. Kevers en winter waren sowieso niet elkaars beste vrienden. De bocht om op een gladde weg resulteerde in stuur naar rechts, nog meer naar rechts, o schrik, in godsnaam helemaal naar rechts. Tot de wielen ten slotte haaks op de rijrichting stonden, maar het beestje strak rechtuit bleef bewegen. Geen wonder, met de motor achterin en precies drie stoeptegels onder het blikken voorkapje als tegengewicht. Gelukkig bevond er zich meestal geen obstakel in de buurt.
Of die keer dat de auto fijn rechtuit bleef rijden in een flauwe bocht met een kanaal ernaast. Pas vlak bij de rand van de weg, toen de voorwielen met een klein rukje aan het stuur aangaven weer grip te hebben, kon ik opgelucht uitademen.

Ontnuchterend was het om op een tweebaansweg achter een vrachtwagen vandaan te komen, de linkerbaan op te duiken en een inhaalpoging te wagen. Gas! Meer gas! Tot plankgas aan toe, met in de verte dreigend opdoemende tegenliggers. Terwijl ik me vertwijfeld afvroeg waarom het kreng bijna stilstond en ik haast verblind werd door het flitsen voor me, trapte ik op de rem en kon nog net achter de vrachtwagen duiken. Inderdaad: oude Kevertjes hebben geen acceleratiepomp. Diep indrukken van het gaspedaal blies enkel een berg lucht door de motor.
De enige keer dat ik met rokende banden wegspoot bij een stoplicht, was toen mijn voet het koppelingspedaal niet langer in bedwang kon houden. Dat zit zo. Om de koppeling helemaal vrij te krijgen moest je met je voet op het pedaal een enorme slag maken. Tot het pedaal zo’n beetje tegen de onderkant van de voorkap rustte. Daarbij kwam je voet los van de vloer en miste daardoor iedere steun. Quasinonchalant met je arm half door het geopende raam een beetje subtiel wegrijden met je nieuwste vlam aan je zijde, kon je daarom wel op je buik schrijven.
Tegenwoordig heb je in de sportschool van die apparaten om je beenspieren te trainen. Maar vroeger had je dat dure abonnement dus niet nodig. Een half uurtje rijden in de stad en je kon minstens een week vooruit.

Toch was er een keerzijde. Rijden op de snelweg met een laag sneeuw van vijf centimeter? Je kon op die rare smalle banden rustig 70 rijden, terwijl het overige verkeer met de helft minder al moeite had om op de weg te blijven. Voor een keer bewees het lage gewicht aan de voorzijde zijn dienst. Iets stuk of versleten? Je kon het er bij wijze van spreken zelf op schroeven. En wat ging er eigenlijk stuk aan een Kever? Hooguit je imago als je werd ingehaald door een dikke Mercedes. Bovendien: voor veel mensen was de Kever hun eerste auto. En vroeger kocht je een Kever om er tien jaar mee te doen.

Op een dag hoorde ik een harde klap. Opgeschrikt keek ik uit het raam en zag een boom rondom bekleed met gekleurd plaatwerk. Toen ik beter keek, zag ik dat de boom eigenlijk midden in een Kever stond. Een krijtwit, bebloed gezicht staarde nietsziend door het gat dat ooit de voorruit moet zijn geweest. Gelukkig bleek de man slechts in shock en vielen zijn kwetsuren wonderlijk genoeg mee.

Een gebutst blazoen en een berg scherven. Ze liggen in al hun onvolkomenheid naakt op de directietafels naast de flesjes bronwater en de van bedrijfswege klaargelegde notitiemappen. Een grote pot lijm domineert het tafereel. Naast iedere map ligt een lijmkwast en een inderhaast door de afdeling communicatie in elkaar geflanste plakinstructie. Die zal namelijk hard nodig zijn.
Ik stel voor om op iedere stoel een model van de Kever te leggen. Om te helpen herinneren waaraan het bedrijf zijn naam dankt en waar het merk ooit voor stond. Als symbool van Duits vernuft.

Marcel Baanders – Baanders Export

Vorige Blog:

  • Een lans voor Merkel
    Een lans voor Merkel
    Hoe genuanceerd we tegenwoordig ook denken over onze oosterburen; als ik zeg: rare jongens, die Germanen, zal er hier en daar zeker besmuikt gegniffeld worden.
    Lees meer
Benieuwd
naar de
mogelijkheden
voor uw bedrijf?

Neem contact
met ons op >
accountmanagement_contact_icon1
Telefoon.
+31 (0)50 752 16 82
Benieuwd
naar de mogelijkheden
voor uw bedrijf?

Neem contact
met ons op >
accountmanagement_contact_icon1 Telefoon.
+31 (0)50 752 16 82
accountmanagement_contact_icon2 E-mail.
info@baandersexport.nl

Stuur ons een bericht